Hoofdstuk 4
OPGANG NAAR
HET LICHT

INHOUD

1.
VOORWOORD
2.

INLEIDING
3. ZELFVERWERKELIJKING
4.

OPGANG NAAR HET
LICHT

5.
HET GROTE STERVEN
6.

DE DRIEVOUDIGE
MOEDER

   - DE OERMOEDER
   - MOEDER AARDE
   - DE STAMMOEDER
7.
IN HARMONIE MET DE
NATUUR

8.

GODEN EN GODINNEN
9.

PRIESTERS EN GOEROE'S
10.
MANNEN EN VROUWEN
11.

DE OORSPRONKELIJKE
TRADITIE

12.

CULTUS, VIERINGEN
EN RITUELEN

13.

WERELDMISSIE
14.

HET MATRICENTER
15.

GROTE MOEDER TEACHING
16.

LITERATUUR
17.

TOT SLOT

 

 

1. Dan kan er dit gebeuren. Plotseling, onvoorbereid en onverwacht, in minder dan een fractie van een seconde slaat de bliksem in - een Moment van het Absolute Niets - en ben je vervolgens met je ik in het Licht opgenomen. Je bent Het zo vol-ledig, dat er geen verschil is tussen jou en het Licht. Je bent er totaal in opgelost, dusdanig dat je Het Bent. Daarom kon Jezus zeggen: „Ik Ben het Licht van de wereld". Het Licht is niet het gewone licht. Ik noem het Licht, omdat dat de Werkelijkheid het beste beschrijft. Maar in feite is het van gene zijde. Het is het „Geheel Andere", onbeschrijfelijk, niet in woorden te vatten. Niet alleen jezelf, maar alles is in het Licht opgenomen: bloemen, planten, het gras, de mensen, de huizen en de wolken. Het is de Eeuwigheid, het Zijn, dat wat het Draagvlak van het leven uitmaakt. Het ingebed-zijn, het gevangen zijn is totale vrijheid. Het is de triomf van en over het leven. Vanuit de tijd gezien duurt deze Grote Ervaring verschillend lang. Bij sommigen duurt het slechts een fractie, bij andere vele uren of zelfs een dag. Het gebeurt of ťťn keer in je leven, of het gebeurt vaker. Als het vaker gebeurt, weet je dat de kwaliteit steeds weer verschilt. Als „het goed is", verliest de Lichtervaring steeds meer „substantie", het wordt steeds doorgankelijker. Op een gegeven moment, meestal na een aantal Grote Ervaringen, blijft alleen nog helderheid, de Grote Transparantie over. Het is wat ik de Verlichtingscyclus heb genoemd. Het houdt in, dat als de vol-ledige Cyclus is „doorlopen", er aan het eind Niets meer is. Het Zijn blijkt Leeg te zijn, het blijkt geen enkele „kwaliteit van ZichZelf" meer te bezitten. Niets onderscheidt het Zijn meer „van zijn omgeving", Niets zit er tussen Het en de wereld, alleen een alomtegenwoordige uiterst subtiele Leegte. Alles bevindt zich in die Leegte, zonder uitzondering, niets heiligs, niets buitengewoons. Je bent weer terug in de „marketplace".

2. Mannelijkheid c.q. vrouwelijkheid zijn geen identiteit: het zijn functies. Man en vrouw verschillen alleen aan de buitenkant, de bio-psychische schil. Zij denken, voelen, beleven, verlangen en dromen verschillend. Dat wat je echter „werkelijk bent"- de waarnemer, in aandacht-zijn, bewuste aanwezigheid, je ware Zelf, het Licht - overstijgt echter de dualiteit. Mannen en vrouwen zijn Wezenlijk identiek. In de Kern ben je geen vrouw of man. Gezien vanuit de neutrale innerlijke derde positie zijn mannelijk en vrouwelijk twee aspekten van hetzelfde wezen.

3. Het Licht, waarvan ik lange tijd ten onrechte aannam, dat dit het Ultieme was*, bracht de meest glorieuze transformatie met zich mee. Het was niet minder dan de geboorte van een nieuwe mens. Mijn ik, kort darvoor nog het centrum waar vanuit ik leefde, was gereduceerd tot een schaduw. Geen enkele kracht ging er meer van uit. In plaats daarvan was "de voorhang gescheurd" en het ware Zelf geboren. Deze nieuwe identiteit kon echter niet gedefinieerd worden. Terwijl mijn bewustzijn uit het moeras was uitgetild en schitterde in kristalheldere frisheid, was er geen structuur of dynamiek in te ontdekken. Het rustte volmaakt in zichzelf. Mijn innerlijke vernieuwing - evenals het Licht een geschenk van de Grote Moeder - strekte zich uit tot mijn omgeving. Het bewustzijn had zich zo verruimd, dat alles om mij heen er binnen was komen te liggen. Zonder uitzondering waren de stoel, de vloer, de planten, de TV, de vensterbanken, de planten en de kat inhoud in ťťn ongedeelde ruimte geworden, de Ruimte Die Ik Ben. Alles had de glans van dit bewustzijn gekregen. Daardoor was alles boven de gewone werkelijkheid uitgetild, alles was ingebed in een sprankelende frisheid, directheid, schoonheid en verwondering. Het was alsof alles met "een toverstokje" was aangeraakt en veranderd in een "sprookje". Een sprookje dat echter was dan dat ik de allerdaagse werkelijkheid ooit had ervaren. Lopen, voelen, ruiken en aanraken: het is allemaal als voor de eerste keer. Je verbaast je over elk facet van de werkelijkheid, zo lieflijk dat alles is! Er is een subtiele liefdesverrukking in alles waarmee je in contact komt. De hele ruimte is opgevuld met "het andere", ongrijpbaar en toch o zo werkelijk. Je raakt een struik aan en de tranen biggelen over je wangen. Je bent als een kind in het paradijs. Als je oude ik afsterft word je als "kind" wedergeboren. Het is de belofte van de Grote Moeder aan een ieder die zich aan Haar overgeeft*.

* Zie volgende hoofdstukken. 

4. Identificatie met het Licht bij uitsluiting van zijn tegendeel - de Duisternis - is de oorsprong van het dualisme. Dit ontstond na de invasie van India door de blanke AriŽrs, die er de oorspronkelijke bewoners, de donkerkleurige DravidiŽrs aantroffen. Om zich van de laatsten te onderscheiden werd een tweedeling ingevoerd, die vervolgens "metafysisch" werd onderbouwd. Terwijl de Veda's nog relatief inclusief waren - met herinneringen aan de oorspronkelijke Grote (Trimurti) Moeder, in Wie alle tegenstellingen opgeheven zijn - blonk de latere Vedanta-filosofie zich uit door de opdeling van de werkelijkheid in twee tegenovergestelde dimensies. Licht kwam tegenover duisternis te staan, superieur tegenover inferieur, geest tegenover lichaam, man tegenover vrouw. Dit dualisme breidde zich vervolgens vooral uit naar het Westen. Eerst naar PerziŽ (Zoroastrisme), vervolgens naar Palestina (Essenen), de hellenistische wereld (Gnosis) en het Christendom. Hoe kan het nu zijn, dat Vedanta, notabene de oorsprong van het dualisme, claimt "non-duaal" te zijn? Het antwoord is eenvoudig. Men splitst eerst de werkelijkheid in tweeŽn om vervolgens het ene deel (het Licht) als het Ene te proclameren. Doordat het Licht bijdraagt tot identiteit - wie wil er nu niet zijn ego verliezen om er het Licht "voor terug te krijgen" - en de Duisternis niet, naast de superioriteitsgevoelens die erdoor gevoed worden, versterkt door de angst om "terug te glijden in het onbewuste", werd de Duisternis "vergeten". Het ware Ene is echter Datgene Dat Er Achter Is - achter Licht en Duisternis - dat alle dualiteit in Zich verenigt.     

Heb je de Duisternis niet ervaren, is het Licht het eindstation, het Ene.
Pas als je inziet, dat het Licht zijn tegenhanger heeft, weet je dat het
ware Ene aan gene zijde van Licht en Duisternis is (niet-is).      

5. Vooral bij onderzoekers van mythen en bijvoorbeeld Jungsiaanse therapeuten (E.Neumann) is de tendens, Ervaringen als bovenstaande te plaatsen binnen het kader van de psychologie. Zij worden dan geduid als "psychisch complex", droom, beeld of archetype. Er bestaat echter fundamenteel verschil tussen psychische inhoud en de Werkelijkheid, zoals boven beschreven. Terwijl het eerste zich binnen de persoonlijkheid afspeelt, overstijgt het tweede de laatste volledig. Je ziet niet het Licht, maar je Bent Het. In het Licht is je ik opgelost, dusdanig, dat er een geheel nieuwe identiteit - dat van het Eeuwige - is ontstaan...Het werkelijkheidskarakter overtreft vele malen die van een "normal bewustzijn". Je bent zelf de Weg, de Waarheid en het Leven geworden. Het weten dat er uit voortkomt, is absoluut.

Home

© 2000 Copyright by Han Marie Stiekema
Last update: 04/29/05